Journalist Bram Janssen

Nacht tussen de vluchtelingen


In het Zuid-Afrika van nu moeten veel mensen rondkomen van minder dan 1 dollar per dag. En dat is de schuld van de buitenlanders, vinden veel Zuid-Afrikanen. Onder andere Zimbabwanen werden mikpunt van geweld. Ze zijn dakloos, op zoek naar werk en hebben geen geld. In Johannesburg vinden ze onderdak in de Central Methodist Church. Een verslag van een donkere, koude winternacht.

Het is vrieskoud en de dag zet zich om in de nacht. De anders zo druk bevolkte binnenstad van Johannesburg is geen schim van wat er zich eerder die dag afspeelde; straatverkopers, ronkende auto's en drommen mensen. Nu is het leeg en donker. Hier en daar verzamelt een groepje mensen op een straathoek. En midden in de stad bevindt zich de Central Methodist Church, een daklozenopvang.

Er heerst in Zuid-Afrika veel onvrede over de leefomstandigheden. Zuid-Afrikanen beschuldigen onder andere Zimbabwanen van criminaliteit en het afpakken van huizen en banen. In 2008 'escaleerde het geweld' en ontstond er in de townships een heksenjacht op buitenlanders. De kerk fungeerde als 'safety-zone' voor de Zimbabwanen. Op het hoogtepunt hielden zich er 6000 mensen op. Nu de rust een klein beetje is wedergekeerd, zijn dat er ongeveer 1000.

Het is ruim na negenen als het gebouw langzaam volstroomt. In de avonduren begeven de Zimbabwanen zich richting de Methodist Church en zoeken een slaapplek. Ze slapen op de grond, op de treden van de trappenhuizen of de toiletten. Overal waar een klein plekje over is, gaat iemand liggen. Soms met deken, vaak zonder.        

"Ze zijn dom." Een kleine Zimbabwaanse vrouw kijkt vanuit de ingang op de begane grond naar de ontvangsthal. Haar hoofd is bedekt met dreadlocks, en ze draagt een gescheurde spijkerbroek. Ze schudt haar hoofd als ze naar de mensen in de ontvangsthal kijkt. Stuk voor stuk zoeken ze een leeg plekje op de koude tegelvloer dat als slaapplek kan dienen. Dom? “Ja, ze zijn dom. Ik slaap boven, In een echt bed, samen met mijn vriend. Je moet vechten. Als je niet kunt vechten, beland je hier", en ze wijst naar de tientallen mensen op de grond. Dan draait ze zich om loopt naar buiten. Op straat begroet ze een groep jongens. Een van hen houdt een gummiknuppel in zijn rechterhand. Samen verdwijnen ze de donkere nacht van Johannesburg in.

Hiërarchie

In de kerk heerst hiërarchie. Hoewel op de tweede verdieping de vrouwen slapen (mannen zijn er niet welkom), moet de rest vechten voor zijn plek en slaapt op de grond of op de traptreden. De ruimtes stinken. Door de slapende mensenmenigte schieten ratten de trap op. Iedereen wil zo hoog mogelijk in het gebouw slapen, want daar bevinden zich de kleine, warme kamertjes. Vaak met bed of matras. Maar die luxe is alleen weggelegd voor degene met de meeste connecties. Iedere verdieping is een niveau. Hoe hoger in het gebouw, hoe hoger de criminaliteit.

Het is inmiddels diep in de nacht als de 29-jarige David buiten de kerk een sigaretje staat te roken. Hij wil zo snel mogelijk weg. “Het leven hier is hard. Ja, we hebben een onderkomen, maar het is vies en ik kan me hier niet wassen omdat er geen stromend water is. Hoe moet ik ooit aan een baan komen als ik er zo onverzorgd uitzie?", vraagt hij zich hardop af.

Zoeken naar werk
De duizenden Zimbabwanen zoeken overdag naar werk. Zolang ze niet zelf een onderkomen kunnen betalen, zijn ze afhankelijk van de kerk. Davids’ verhaal is het verhaal van velen. "Drie jaar geleden ben ik naar Zuid-Afrika gekomen. Het begon goed. Ik had werk en een eigen kamer in een flat. Totdat de xenofobische aanvallen begonnen. Ik werd ontslagen en had opeens niks meer. Nu is het bijna onmogelijk om nog werk te krijgen."\

Terwijl het gros van de mensen in de kerk slaapt, ontstaat in de ontvangstruimte een klein opstootje dat al snel in de kiem wordt gesmoord door de aanwezige beveiliging; een groepje Zimbabwanen die in ruil voor eten en een bed de veiligheid waarborgen. "Dat gebeurt hier bijna dagelijks", zegt Ambrosius. Hij is verantwoordelijk voor de veiligheid in en rondom het pand. "Twee dagen geleden is hier iemand neergestoken. De dader kwam uit een kroeg hier in de buurt. Dronken. Hij stak een man neer die onderweg naar het ziekenhuis is overleden."

Als de ochtend is gekomen, maar de zon nog steeds niet is verschenen, moeten de pakweg 1000 Zimbabwanen hun spullen pakken en vertrekken. De kerk is overdag geen verblijfplaats. Ze moeten weer de straat op. Op zoek naar werk dat er vaak niet is, om zich ’s avonds weer aan de poorten van de kerk te melden.     


Grotere kaart weergeven